C jaar

Deze site is een tijdelijke oplossing om de preken van Marcel bereikbaar te maken. Klik op een link, om de desbetreffende preek te lezen. Sorry, de opmaak van de preken is nog niet overal in orde.
Indien u de preek op een klein scherm wil lezen, komt de preek niet naast, maar onder de reeks linken. U zal dus naar beneden moeten scrollen.

25e ZONDAG DOOR HET JAAR (C)   -   18 en 19 september 2010

 

Amos 8: 4 -7.
Lucas 16: 1 -13.

Zusters en broeders,

I.          Twee parabels zijn er in de evangelies, waar mensen regelmatig over struikelen.  De werkers van het elfde uur, -gelijk loon voor ongelijk werk -, is er één van.  En de parabel die we beluisteren in het evangelie van vandaag, over de onrechtvaardige rentmeester, is nummer twee: Over een bedrieger, die dan nog door de Heer geprezen wordt ook.

Nu geloof ik dat de moeilijkheid met de parabel van vandaag berust op een misverstand.  Het is namelijk niet om wat die rentmeester doet dat hij geprezen wordt.  Hij is een bedrieger en hij blijft een bedrieger.  Maar hij wordt geprezen omdat hij met overleg en met inzicht te werk is gegaan.  En de moraal van het verhaal luidt: gingen de 'goeden' maar eens met evenveel overleg, met evenveel inzicht en evenveel inzet te werk als deze bedrieger.

En daarmee is de vraag naar de inhoud van deze parabel eigenlijk wel voldoende beantwoord.  Meer is er niet aan de hand.  Maar er is een andere vraag die, denk ik, veel belangrijker is. Die vraag luidt:

 

II.         Hoe kwam Jezus van Nazareth er eigenlijk toe,om dit verhaal te vertellen?

Wat was de aanleiding tot die verzuchting: Gingen de 'goeden' toch maar eens met wat meer overleg, met wat meer inzicht en inzet te werk?

Om daar een antwoord op te vinden moet je natuurlijk de evangelies induiken.  En dan ontdek je dat Jezus van Nazareth precies met die 'goeden' een hoop ontgoochelingen heeft opgelopen.

Om te beginnen waren er natuurlijk mensen die niet in hem geloofden.  En het waren niet van de minsten - zijn familie voorop - de leiding van zijn volk bijna voltallig.  Maar die dan wel in hem geloofden en zelfs met hem meetrokken waren evenmin zo sterk gemotiveerd als die foute rentmeester in zijn situatie.  En dat stéékt Jezus van Nazareth, want hij botst daarop, telkens weer.

Neem nu dat geval van die mensen, die op een bepaald moment veel moeite doen om hem te vinden.  En ze vinden hem inderdaad.  Maar ze hebben daar zo hun eigen redenen voor.  Hij maakt zich daar geen illusies over.  Hij zegt tot hen: Wat jullie zoeken is niet datgene waar het mij om gaat.  Jullie zoeken mij omdat jullie gisteren bij dat broodwonder met dat brood uw honger hebt gestild. (Joh. 6: 26)  Van die boodschap van hem, over die nieuwe samenleving, over dat Koninkrijk van God, daar liggen ze niet wakker van.

Dat is zelfs bij zijn leerlingen niet het geval.  Die zijn hem wel gevolgd, maar erg veel snappen van hem doen ze niet.  Zo gebruikt hij eens een vergelijking om hen duidelijk te maken dat de reinheid van het hart veel belangrijker is dan het wassen van de handen.  En Petrus reageert daarop: 'Wil je ons dat eens uitleggen?'  Zijn reactie is dan: 'Begrijpen zelfs jullie het nog niet?' (Matt. 15: 16)

Op een bepaald moment waarschuwt hij zijn leerlingen voor het bederf dat aanwezig is in de opvattingen van de Farizeeën.  Hij zegt hen dan: 'Pas op voor het zuurdeeg van de Farizeeën'.  En dan schieten ze helemaal de hoofdvogel af.  Ze zeggen dan onder elkaar: 'Hij zegt dat omdat we geen brood hebben meegenomen'.  En zijn reactie daarop is: 'Begrijpt en verstaat ge het dan nog niet?' (Marcus 8: 17)

Een andere keer komen ze thuis en hij vraagt hen waar ze het onderweg over gehad hebben.  Het blijkt dan dat ze ruzie hadden over wie van hen de grootste, de belangrijkste is.  Hij legt hen dan nog maar eens uit dat het daar niet over gaat, dat één van de elementen waarop die nieuwe samenleving gebouwd zal zijn, nu juist het omgekeerde is van datgene waar zij mee bezig waren: niet het heersen maar het dienen is het belangrijkste. (Marcus 9:33- 35)  Dat van die nieuwe samenleving -neen, ze hebben het blijkbaar nog niet gesnapt.  Ongeloof en onbegrip, het kan ook Jezus blijkbaar soms te veel worden.  Als hij weer eens op zo'n gebrek aan geloof is gestoten zegt hij: 'Hoe lang moet ik nog bij jullie blijven?  Hoe lang houd ik dit nog vol?' (Marcus 9: 19)

Als je al die vormen van ontgoocheling nu eens bijeen zet, dat ongeloof, dat onbegrip, dat gebrek aan openheid voor het nieuwe dat zich aandient - dan valt er van hieruit misschien wel nieuw licht op die parabel van de onrechtvaardige rentmeester.  Die verzuchting die op de parabel volgt is dan wellicht niet zo onbegrijpelijk: Waren de goeden in hun situatie toch maar zo vol overleg, zo vol inzet als die sluwe rentmeester het was in zijn situatie.

 

III.        En als het nu gaat over ons dan is de belangrijkste vraag die de parabel oproept misschien wel deze: Hoe is Jezus van Nazareth dan met zijn ontgoochelingen omgegaan?

De bekoring om het bijltje er bij neer te gooien heeft hij blijkbaar wel gekend. (Marc. 9:19)  Maar hij heeft er niet aan toegegeven.  Hij is wel in mensen teleurgesteld, maar hij is in die teleurstelling niet verstrikt geraakt.  Hij heeft met name zijn leerlingen niet afgeschreven.

Nog bij hun laatste samenzijn zegt hij: 'Ik noem u geen dienaars meer, ik noem u vrienden'. (Joh. 15: 15)  Ook al zijn ze daarna, op een moment dat voor hem kritiek was, in de hof van Olijven, in slaap gevallen, ook al zijn ze met zijn allen weggelopen, heeft er één hem verraden en heeft een ander die nacht tot drie keer toe gezegd: 'Ik ken die man niet' -, hij is hen trouw gebleven, dwars door zijn desillusies heen.  Zijn leerlingen hebben na zijn dood de ervaring opgedaan dat hij hen vergiffenis had geschonken.  Die ervaring van zijn vergeving schijnt zelfs mede aan de basis te hebben gelegen van hun geloof in zijn verrijzenis.  Verbazingwekkend genoeg zei hij niet alleen van zichzelf dat hij het licht van de wereld was, hij zei het ook van hen: 'Gij zijt het zout van de aarde gij zijt het licht van de wereld'. (Matt. 5:13 - 16)  En die boodschap waar het hem om begonnen was, die boodschap over die nieuwe samenleving, over dat Koninkrijk van God, heeft hij aan hen toevertrouwd.  Van nu af hoor je die boodschap uit hun mond.

IV.       Ik denk dat hij, ook op dat vlak, ook in zijn manier van omgaan met ontgoochelingen, voor ons een spoor getrokken heeft.

Want ontgoochelingen, daar weten wij wel van mee te praten.  Als we het nu maar eens houden bij kerk en christendom: ontgoochelingen genoeg.  Recent waren er ontgoochelingen met betrekking tot priesters die kinderen bleken misbruikt te hebben, en met een kerkelijke leiding die lang getracht heeft om die zaken toe te dekken.  En met betrekking tot die kerkelijke leiding, bleven onze desillusies daartoe niet beperkt.  AI jaren lang is het voor velen van ons een grote ontgoocheling dat die leiding met allerlei middelen probeert om naar het vroegere kerkmodel, dat van voor het 2e Vaticaanse Concilie, terug te keren.  Desillusies zijn soms levensgroot met betrekking tot de verouderde opvattingen van die kerkelijke leiding over het priesterschap, over de positie van de vrouw in de kerk, over de seksualiteit.  De neiging bestaat om die kerk de rug toe te keren, Jezus ja, kerk nee.  Men herkent Jezus van Nazareth dan niet meer in deze kerk.  Het aantal mensen dat zich met name in landen als Duitsland en Nederland laat uitschrijven uit de Rooms-katholieke kerk, schijnt sterk te zijn toegenomen.  Toch heeft Jezus van Nazareth ook hier een ander spoor getrokken.  Zelf is hij met zijn desillusies anders omgegaan.  Hij heeft zijn vertrouwen in mensen waarin hij teleurgesteld was niet opgezegd.  Hij is blijven geloven in dat licht, dat ook in deze mensen aanwezig was.  Misschien kan die parabel van vandaag voor ons een aanleiding zijn om eens na te denken over de desillusies die Jezus heeft gekend, en over de manier waarop hij er mee is omgegaan.  Over zijn manier van omgaan met ontgoochelingen -en over die van ons.

Amen.

Marcel Heyndrikx SVD

© Marcel Heyndrikx - Iedereen mag deze preken en teksten gebruiken mits ze vrij en gratis voor iedereen toegankelijk blijven.